Heel wat organisaties kregen het dit jaar zwaar te verduren. Lasso wil met deze interviewreeks* een inkijk geven in hoe diverse Brusselse spelers uit de sectoren cultuur, sociocultureel werk, jeugdwerk, welzijn en onderwijs zijn omgegaan met de coronacrisis en welke impact dit heeft op hun structuur en werking. De bedoeling: van elkaar leren en elkaar inspireren. Na het eerste interview met Tine Van Goethem (BOZAR) is het deze keer de beurt aan Ruben Vandersteen, tienerwerker bij Jeugddienst Sint-Gillis.

* De interviews in deze reeks zijn afgenomen in september 2020. Sommige uitspraken kunnen dus ingehaald zijn door de realiteit en de gewijzigde veiligheidsmaatregelen

Lasso: Hoe heb je het voorbije jaar en in het bijzonder de coronaperiode ervaren?

Ruben: Als jeugddienst hebben we tijdens de eerste lockdown beslist om wijkwandelingen te doen. De bedoeling was om de jongeren die we op straat tegenkwamen de regels uit te leggen en te zeggen dat ze binnen moesten blijven. Gaandeweg is die rol geëvolueerd naar die van een straathoekwerker, waarmee we de ideeën en besognes van jongeren op straat konden doorgeven richting de politiek. Veel meer dan een praatje maken, was dat echter niet. Deze periode die tot aan de ramadan eind mei geduurd heeft, was voor niemand dus echt motiverend of leuk. Ik vond het frustrerend dat we niets wezenlijks konden betekenen voor de jongeren. Het was wel interessant, omdat we met jongeren in contact kwamen die we normaal gezien niet zien. Uit die gesprekken leerden we dat er veel frustratie heerste bij sommigen over de rol van gemeente en politie. Zo kwamen we meer te weten over wat er echt leefde bij die groep jongeren.

Persoonlijk werk ik vooral met tieners tussen tien en zestien jaar, maar die heb ik tijdens de buurtwandelingen niet gezien. Die groep heeft echt afgezien tijdens deze periode. We zijn er toch in geslaagd om een paar keer samen te komen. Bijvoorbeeld toen jongeren bij hen thuis maaltijden bereidden, die wij dan bij hen ophaalden om ze aan minderbedeelden te distribueren. Dat toont toch aan dat onze jongeren toch burgerzin hebben en de moed niet laten zakken. Daarnaast waren we in die periode ook online actief: zo organiseerden we bijvoorbeeld game namiddagen via het platform Plato. Kortom, het was moeilijk om het isolement en de verveling te verdrijven, maar we hebben toch iets gevonden waarvoor we ons konden inzetten.

Ik communiceer heel veel met de jongeren via de verschillende Whatsappgroepjes, da’s een makkelijke manier om met hen in contact te blijven.

- Ruben Vandersteen

Kwam dat initiatief van de jongeren zelf?

Ik had op Facebook een oproep gezien, dat er nood was aan warme maaltijden. Ik heb dat dan gedeeld in onze WhatsAppgroep. Vervolgens zijn we over de invulling gaan nadenken en zijn we beginnen koken. Ik communiceer veel via verschillende Whatsappgroepjes. Het is een makkelijke manier om met de jongeren in contact te blijven. Ik praat natuurlijk ook op straat met hen dus de mond-tot-mondreclame doet de rest.

Jullie hebben ook Summer in Sint-Gillis georganiseerd. Hoe is dat verlopen?

We kregen pas tien dagen voor de start groen licht voor de meeste activiteiten, maar het is vlot verlopen. We organiseerden vooral sportactiviteiten en daar waren niet zoveel voorwaarden aan verbonden zoals een aanwezigheidslijst bijhouden, enz. Bij de keuze voor de sportactiviteiten hebben we natuurlijk rekening gehouden met deze bijzondere situatie. Met andere woorden: activiteiten die we op een veilige manier konden organiseren. We hebben vooral gehamerd op afstand houden en de handen ontsmetten. Al bij al zijn de activiteiten kunnen doorgaan zoals we ze gepland hadden.

Bij de keuze voor de activiteiten hebben we de jongeren actief betrokken. We wilden hen laten voelen dat de gemeente wel degelijk om hen geeft.

- Ruben Vandersteen

Zijn de jongeren betrokken geweest bij de keuze voor de activiteiten?

Het moest allemaal erg snel gaan, dus een officiële bevraging bij de jongeren is niet gebeurd. De gesprekken die we voerden met jongeren tijdens de buurtwandelingen in maart en april hebben wel geholpen om al dan niet voor bepaalde activiteiten te kiezen. Die feedback van de jongeren hebben we meegenomen in de voorbereiding van Summer in Sint-Gillis. We hebben bijvoorbeeld nog harder ingezet op activiteiten die interessant zijn voor jongeren boven de 15 jaar. We wilden die doelgroep het signaal geven dat er ook activiteiten voor hen waren en ze het gevoel geven dat de gemeente wel degelijk om hen geeft. Enkele nieuwe zaken in het programma die rechtstreeks voortkwamen uit die feedback van de jongeren waren bijvoorbeeld met gocarts rijden en fitness in de openbare ruimte. De reacties daarop waren zeer positief.

Welke initiatieven en projecten hebben jullie na de zomer georganiseerd?

Vanaf september zijn onze activiteiten voor tieners terug van start gegaan. Op dinsdag organiseren we huiswerkbegeleiding, woensdag staat in teken van ons video-atelier en op zaterdag wordt er gesport tijdens Parkour & Tricking en ook gechild in ons jeugdhuis. Dankzij handige draaiboeken van De Ambrassade waren we perfect voorbereid.

Sinds de tweede golf zijn we wel creatief moeten omspringen met de regels. Zo organiseren we nu al onze activiteiten buiten, in kleine groepjes van vier. We hebben het concept van stadsspelen helemaal herontdekt, en zijn als animatoren veel creatiever en sterker geworden in het organiseren van activiteiten. Dat is dus zeker een positief aspect van alle corona-restricties. En de jongeren zijn gewoon super content dat er toch nog dingen georganiseerd worden, zelfs al is dat in de winterkou.

Ook voor de +16-jarigen hebben we sinds september niet stil gezeten. Mijn collega’s Mohamed en Ana Clara trekken er met ons Mobiel Jeugdinfopunt tweewekelijks op uit om de jongeren in de publieke ruimte te ontmoeten. De toffe samenwerkingen met de preventiedienst van tijdens de eerste lockdown zetten we daarbij verder. Tot slot hebben we ook eenmalige events zoals onze zeepkistenrace en Dag van het Kind georganiseerd.

Wat zou je anders aanpakken bij een volgende lockdown?

Bij de eerste lockdown hebben we vooral intuïtief gehandeld, zonder een duidelijk plan of haalbare doelstellingen. We hebben inmiddels geleerd dat zo’n plan onontbeerlijk is om met dergelijke situaties om te kunnen gaan. Ik denk dan aan een draaiboek waarin staat wat we moeten doen of naar wie we moeten doorverwijzen bij specifieke problemen.

Tijdens de tweede lichte lockdown was het bijvoorbeeld aangenamer werken omdat de rol van de jeugddienst veel helderder geformuleerd was. We beslisten dat we er zijn om met jongeren in gesprek te gaan en niet om hen terecht te wijzen. Twee medewerkers van de jeugddienst hebben zich voor deze missie geëngageerd waardoor de andere medewerkers de tijd hebben om met andere projecten bezig te zijn.

De verschillende partners kunnen elkaar echt wel versterken tijdens zo een crisis, zowel voor activiteiten als in de dagelijkse werking.

- Ruben Vandersteen

Denk je dat deze coronacrisis een blijvende impact zal hebben op jullie werkwijze zoals de communicatie met jongeren en de samenwerkingen met partners?

Ik geloof niet dat deze crisis onze werking op een structurele manier zal beïnvloeden. We hebben tijdens de lockdowns wel veel meer contact gehad met de verschillende partners, zoals de gemeentelijke organisaties en vzw’s. Die samenwerkingen verliepen zeer vlot en gemoedelijk. Iedereen staat er voor open om in de toekomst meer met elkaar samen te werken. Deze situatie heeft ons geleerd dat de partners elkaar tijdens zo een crisis echt kunnen versterken, zowel voor activiteiten als in de dagelijkse werking. Daarvoor zat iedereen meer op zijn eigen eiland zonder te weten waar de andere mee bezig was.

Heeft de coronacrisis nieuwe aandachtspunten blootgelegd in de werking met jongeren?

We hebben veel signalen opgevangen over de verzuurde relatie tussen de jongeren en de politie. Tijdens het voorbije jaar zijn er best wel wat harde confrontaties geweest tussen die twee groepen. De spanningen die de lockdown bij de jongeren heeft veroorzaakt, waren zeker niet aangenaam. Desalniettemin kunnen die frustraties er wel voor zorgen dat de politie inzicht krijgt in hoe ze met de jongeren moet omgaan. We hebben goede contacten bij de politie er is echt wel animo om aan die relatie te werken. Vanuit de jeugddienst willen we de dialoog opstarten en activiteiten organiseren waarbij politie en jongeren met elkaar kunnen praten. We hopen dat we op die manier kunnen bijdragen aan een positievere sfeer.

Een positieve noot om af te sluiten?

Sommige activiteiten hebben we anders of kleinschaliger moeten aanpakken, maar de wereld stond niet stil het voorbije jaar. We zien dat de jongeren nog voldoende veerkracht en levenslust hebben. Het komt dus wel goed.