Kinderen Baas is een project van JES en Lasso. Met het project willen we Brusselse jeugd- en cultuurorganisaties een platform bieden om elkaar te leren kennen en samen een traject af te leggen. Binnen het project startte het Roodebeekcentrum een mooie samenwerking met de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten (KMSKB).

We blikken terug op deze samenwerking met Elke Desutter (jeugdwerkster Roodebeekcentrum) en Kathleen Adriaenssens (educatief medewerker KMSKB). Beiden gingen in de voorbereidende gesprekken op zoek naar hoe je een groep kinderen 'de baas' kon laten zijn in het museum. Al snel kwamen ze tot het idee om de groep het museum te laten verkennen door middel van het interviewen, schetsen en fotograferen van de museummedewerkers.

Lasso: Hoe verliep de samenwerking?

Kathleen (KMSKB): In het begin was het zoeken om met elkaars ideeën tot een win-win project te komen, dat heeft wat tijd gevraagd. Wat ik me nog levendig herinner is de eerste ontmoeting. Ik werd helemaal overdonderd door het enthousiasme en al haar ideeën. Ik heb een beetje een ander temperament en na dit eerste gesprek wist ik niet zo goed wat er allemaal terecht zou komen van al de ideeën. Een samenwerking opzetten is niet evident want iedereen werkt op zijn eigen manier op zijn domein.

Bij een tweede overleg was Marijke van Lasso aanwezig. Er werden toen veel vragen gesteld: Wat zullen we doen als we samenwerken? Wie heeft welke doelstelling?. Wat betekent ‘Kinderen Baas’? In hoeverre kan je kinderen de baas laten zijn? Hoe kan je dat sturen, of begeleiden?

Bij alle ideeën werd steeds gepeild naar de doelstellingen en verwachtingen van elke organisatie en gingen we op zoek naar het idee waar beide organisaties zich het best in konden vinden. Uiteindelijk gaat het er niet over dat de ene beslist en de andere volgt: de twee organisaties moeten evenwaardig zijn en evenveel kunnen bijdragen aan het eindresultaat. Dat werd door de bemiddeling van Lasso wel terug duidelijk: na deze bijeenkomst voelde ik dat er een goede basis voor samenwerking was en dat we tot iets goeds zouden kunnen komen.


Elke (Roodebeekcentrum): We kwamen tot de beslissing om samen met de groep een boekje te maken genaamd over wat een museum is en wat er te beleven valt. Ze gaven het zelf de titel Museum Experts. Zo konden de kinderen verschillende facetten van het museum leren kennen en ook gebruik maken van de grafische en beeldende skills van de begeleiders van het Roodebeekcentrum.

Dit zou de start worden van het project, een eerste verkennende samenwerking, waarbij er nog verdere acties konden volgen. Na het overleg met Lasso zijn we nog een drietal keer samengekomen om de praktische zaken te bespreken. Het neemt veel tijd om te overleggen en afspraken te maken.

Lasso: Hoe vertaal je participatie en inspraak in de praktijk?

Elke: De kinderen waren echt de baas. Ze kropen in de rol van journalisten en stelden zelf een boekje samen. De voorbereiding gebeurde in het Roodebeekcentrum. Om te beginnen kreeg de groep uitleg over het museum en over verschillende documentatietechnieken: interviews afnemen, fotograferen, portretten tekenen, werken met de letterpers, typen met een schrijfmachine en hoe ze een boekje of magazine in elkaar kunnen steken. Vervolgens gingen ze met deze kennis aan de slag in het museum. Ze bepaalden zelf welke informatie zij wel of niet interessant vonden om uit te werken. Hoe het boekje eruit zou zien, de titel, de inhoud: daar beslisten ze allemaal zelf over!

Kathleen: In het museum werden ze in kleine groepjes onderverdeeld. Elke groep koos een persoon om te interviewen en de taken werden verdeeld: iemand maakte een portret en iemand stelde de vragen. Hierdoor werd de mate van hun vrijheid verhoogd, elk kind kreeg de ruimte om spontaan mee te doen en een rol voor zichzelf te vinden. Elke groep had een begeleider, maar als ze de weg vroegen, dan kregen ze een plan en moesten ze zelf de weg zoeken. Dat was het principe tijdens het hele proces: wij reikten hen tools aan zodat ze zelf de beslissingen konden nemen om zo hun verantwoordelijkheidsgevoel aan te spreken.


Lasso: Was het nieuw voor je om participatief te werken?

Kathleen: Kinderen de baas laten zijn was wel een nieuw gegeven voor mij. In onze ateliers proberen we de creativiteit van elk kind zoveel mogelijk te stimuleren en de liefde voor de kunst en het kunstwerk aan te wakkeren. Dat is iets wat we gemeenschappelijk hebben met het Roodebeekcentrum. Ik denk dat deze ervaring bijdraagt om de kinderen in onze ateliers nog meer zichzelf te laten zijn.

Voor mij staat het kind altijd centraal. Is er veel uit het kind zelf gekomen dat mij geïnspireerd heeft om vragen te stellen? Is het kind nog aandachtig? Kan ik het prikkelen op een andere manier? Ik stem graag af op de sfeer van het moment en ga aan de slag met de reacties van de kinderen. Hierdoor voelen de kinderen aan dat ze hier zichzelf mogen zijn. Bij het project Kinderen Baas moet je er dubbel zo hard aan werken en dat gaat niet altijd even gemakkelijk. Tijd nemen is erg belangrijk, maar je leert er de kinderen wel beter door kennen.

Elke: Deze manier van werken zorgt ervoor dat de kinderen minder geremd zijn in hun spontaniteit. Natuurlijk moeten ze zich gedragen of aan de regels houden: stel dat ze beginnen te roepen, dan is het een teken dat ze zich ongemakkelijk voelen, en moet je daaraan werken. Verder denk ik dat het hen stimuleert om te mogen zijn wie ze zijn. Slechte voorstellen bestaan niet, ze kunnen zelf zeggen wat ze mooi vinden en wat niet. Ik denk dat dit de groep sterker maakt, iedereen moet zichzelf kunnen zijn.

Lasso: Wat waren de struikelblokken en wat doe je volgende keer anders?

Elke: Het KMSKB is een grote instelling. Veel dingen moeten tijdig aangevraagd worden en bij de juiste personen gecommuniceerd worden. In het begin liep dit wat stroef doordat beide organisaties elkaar moesten leren kennen.

Kathleen: Ik zou nog meer tijd nemen om alles grondig uit te werken met de partner- organisatie. We moesten elkaar en elkaars manier van communiceren en werken leren kennen. Nu is het snel gegaan omwille van de periode waarin we het wilden laten doorgaan. Een betere opstartperiode is zeker een aandachtspunt. Verder is het niet altijd vanzelfsprekend om bepaalde ideeën in de praktijk om te zetten. Ik moest bijvoorbeeld bij de collega's persoonlijk langsgaan om hun medewerking te vragen voor een interview.


Lasso: Wat waren de succesfactoren en wat zou je zeker behouden volgende keer?

Kathleen: Deze samenwerking heeft mij heel wat nieuwe ideeën gegeven om de dingen anders te bekijken, anders dan wanneer ik het alleen zou hebben gedaan. Die nieuwe input is erg verfrissend.

Elke: Voor mij was dit het feit dat de kinderen zelfstandig aan de slag konden gaan. Ze konden zich uiten en hun eigen interesses in het boekje plaatsen, wat zich ook vertaalde in hun enthousiasme en gedrevenheid. Ook de samenwerking en het contact met het museum vind ik een echte meerwaarde voor onze organisatie. Het project eindigt hier niet voor ons. De samenwerking wordt zeker verdergezet.

Lasso: Wat waren de hoogtepunten?

Kathleen: Een emotioneel moment was toen één van de meisjes een portret van me tekende. Het was uitgerekend het meisje waar ik de eerste dag een conflict mee had. Uiteindelijk bleek dat ze niet alles begreep in het Nederlands, wat we dan snel opgelost hebben door regelmatig eens over te schakelen naar het Frans. Ik vond het fantastisch mooi hoe mijn band met haar groeide op een paar dagen tijd.

Elke: Het enthousiasme van de kinderen om mensen van het museum te interviewen verwonderde me sterk: ze waren echt gedreven om hun boekje zo interessant mogelijk te maken. Ook de reacties van de collega's van Kathleen op het boekje waren heel fijn.

6 tips & tricks van Kathleen en Elke

  1. Neem de tijd om tot een win-win project te komen waar beide partners hun voordeel uit kunnen halen.
  2. Toets je ideeën af met de doelstellingen die je als organisatie hebt.
  3. Laat de kinderen zelf aan de slag gaan en beslissingen nemen en reik hen daarvoor de juiste informatie en tools aan. Zo vergroot je hun verantwoordelijkheidsgevoel.
  4. Stem af op de sfeer van het moment en ga aan de slag met de reacties van de kinderen.
  5. Laat de kinderen zoveel mogelijk zelf aan het woord, laat hen uiten wat ze mooi of niet mooi vinden en benadruk dat slechte ideeën of voorstellen niet bestaan.
  6. Laat je inspireren door elkaars ideeën, dit werkt enorm verfrissend!