Karavane 1060 was een artistieke residentie in de publieke ruimte. Van april tot oktober 2017 stond de Karavane op het Louis Moricharplein in Sint-Gillis, waar ze dienst deed als open (en gratis) atelier voor alle jongeren uit de buurt. Jongeren versierden de Karavane, bouwden er tijdelijke objecten (een graffitimuur, een pingpongtafel, een studeerhoek, een skateramp…) en organiseerden er ateliers.

Volgende partners werkten samen:

  • Tienerwerking Sint-Gillis
    Een project van de gemeente dat inzet op ontmoeting, expressie en talentontwikkeling, specifiek voor tieners.
  • MUS-E Belgium
    Een co-creatieplatform voor kunstenaars. MUS-E Belgium initieert artistieke trajecten in het onderwijs, de vrije tijd en de welzijnssector.
  • Collectif Baya
    Een bouwatelier op initiatief van oud studenten van La Cambre. Organiseren open ateliers waar mensen eigen projecten kunnen uitwerken.

Hoe verliep de samenwerking tussen de partners?

Een multidisciplinair team bestaande uit Ruben Vandersteen (tienerwerker Sint Gillis), Raïsa Vandamme (fotografe - MUS-E) & Linus Haertjens (schilder, tekenaar, hip hop- en graffiti- artiest - MUS-E) en Samuel Hus (bouw en houtbewerking – Collectif Baya) gaf het project vorm. Co-creatieplatform MUS-E Belgium fungeerde als een creatief klankbord voor het team; ze konden er terecht voor goede raad. Het samenwerken op zich vormde ook een zoektocht voor het team.

Ruben (tienerwerker): Het open karakter van de werking neigde af en toe naar een gevoel van stuurloosheid, waar ik het al eens moeilijk mee had. Het is moeilijk om de automatische reflex af te zetten dat je naar 'iets' móet toewerken, dat elk project een toonbaar eindpunt nodig heeft... Of misschien is het juist belangrijk om wel naar iets toe te werken? Al was het maar omdat het dan ook door de tieners en jongeren duidelijk afgesloten wordt.

Voor de jongeren diende het plein vooral als rondhangplek of om er voetbal te spelen. Ruben en Linus vonden het noodzakelijk om deze publieke ruimte in te zetten als medium voor de jongeren om zich creatief te uiten.

Ruben (tienerwerker): In Brussel wordt voor tieners weinig plaats gecreëerd in de openbare ruimte, terwijl het net belangrijk is dat ze zich ook daar kunnen manifesteren en dat de openbare ruimte ook deel wordt van hun leefwereld. Ik vind in die zin dat ons project wel beantwoordde aan een nood: het was laagdrempelig en gratis, jongeren konden naar ons toestappen met hun eigen ideeën.

Het project ging door op woensdagmiddag. Het tijdstip was afhankelijk van de aanwezigheid van jongeren op het plein. Zo was er bijvoorbeeld een belangrijke toestroom van jongeren bij het uitgaan van de school. De medewerkers van Karavane waren niet de enige 'werkers' op het plein. Aanvankelijk voelden ze wel wat animositeit, vooral bij de groep buurtjongeren. Niet helemaal onterecht misschien: er passeren wel vaker jeugdwerkers of sociaal werkers op ’hun plein’.

Hoe kan je tieners actief betrekken?

Ruben, Linus, Raisa en Samuel installeerden zich in de Karavane, op voorhand niet wetende wie die jeugd was of welke activiteiten ze konden en wilden doen. Het plein en de Karavane vormden de rode draad doorheen het project. Vertrekpunt was om samen met de jongeren een doel te bepalen en dit samen te realiseren.

Linus (Mus-e): Kinderen en tieners zijn vaak op een verkeerde manier geconditioneerd als ze ergens naartoe komen: ze willen geanimeerd worden. Ik ben daar altijd resoluut in: het is belangrijk dat jongeren niet té passief zijn, dat ze zich ook een beetje moeten inspannen voor wat er gebeurt en niet louter 'afnemer' zijn. Ze kunnen dus wel naar ons komen met een bepaalde vraag om geëntertaind te worden, maar we behouden het recht om daar niet zo rechtstreeks een antwoord op te voorzien.

De belangrijkste fans van Karavane 1060 bestonden uit twee groepen: enerzijds de 10- tot 13-jarige buurtjongeren en anderzijds de 16- tot 18-jarige scholieren van de kunstschool Saint-Luc, gelegen op het Moricharplein.

Linus (Mus-e): Voor mij was het mooiste moment wanneer we de buurtjongeren hebben kunnen laten samenwerken met de scholieren van Saint-Luc. We wisten dat dit een knelpunt was. Op het moment zelf heb ik dat niet erg beseft, maar toen ik achteraf de foto’s terugzag waarop ze samen aan het lachen waren, besefte ik dat dit echt een speciaal moment was.

Door de werking in de openbare ruimte kon het team niet anders dan heel los omspringen met de vooropgestelde doelgroep. Dat wil zeggen dat er op sommige dagen ineens talrijke 5-jarigen aanwezig waren of dat enkele papa's mee aan het bouwen gingen. De ervaring leerde ook dat 11-jarigen sneller in een dergelijke werking betrokken worden dan de meer streetwise 18-jarigen. Het opbouwen van een band met alle geïnteresseerden bleek voor de Karavane-medewerkers uiterst belangrijk om echt geaccepteerd te worden door sommige groepjes tieners op het plein.

Ruben (tienerwerker): Als je plaatsgericht werkt in de openbare ruimte, worden de lokale organisaties die er al actief zijn na verloop van tijd automatisch officieus je partners. Je doet er sowieso goed aan om die mensen snel te leren kennen en daar een vertrouwensband mee op te bouwen, want ze kunnen je op ontelbare manieren helpen en adviseren.

Welke competenties van tieners werden versterkt?

De Karavane wou een maatschappelijk experiment zijn, dat niet per se wilde leiden tot een tastbaar eindresultaat.

Linus (Mus-e): Laagdrempelige initiatieven zonder afgelijnde doelstellingen, zoals Karavane 1060, zijn volgens mij echt een verademing voor de lokale jeugd. Al te vaak krijgen ze direct een hele waslijst aan verplichtingen en doelstellingen voorgeschoteld zodra ze ergens om hulp gaan vragen of aankloppen. Een belangrijke voorwaarde is de vrijheid om te bepalen waar het project gaandeweg naartoe gaat. De Karavane wou jongeren het idee geven: “Yes, I can! Ook ik kan kunst maken. Ook ik kan zelf dingen bouwen.” Er werd de jongeren steeds iets aangeboden: materiaal of een werkvorm om rond te werken en ze kregen de vrijheid om daarmee te doen wat ze wilden.

Ruben (tienerwerker): Ja, er kan ook kunst uit deze wijk komen! De ziel van dit project was ook juist om jongeren het gevoel te geven dat ze zelf dingen kunnen creëren. Je kan aan de slag gaan met datgene waar je nood of goesting aan hebt: al tekenend, al schilderend, al bouwend...

Ik vond het heel hartverwarmend om te zien dat bepaalde jongeren terugkwamen, dat ze je kenden en dat ze even goedendag kwamen zeggen. Het toont toch wel aan dat die vrije aanpak, die echt niet altijd zo makkelijk is, écht werkt. Want vaak wilden jongeren ook niet meedoen en wilden ze gewoon in het gras in het zonnetje liggen. Maar zelfs op die momenten had ik het gevoel dat zij deel uitmaakten van de Karavane: ik ging er even een babbeltje mee slaan,"ze toonden interesse, ze gaven feedback ...

- Ruben (animateur ados)

Succesfactoren & struikelblokken

Ruben (tienerwerker): In het begin had ik echt het gevoel een ‘alien’ te zijn die op het plein geland was met zijn UFO. Je moet dan tegen iedereen vriendelijk zijn, maar tegelijkertijd moet je ook cool zijn, jezelf bewijzen en wat street credibility opbouwen.

Volharden doet veel. De medewerkers voelden zich in het begin van het project een beetje indringers in de buurt. Ook de generatiekloof speelde hierin een rol. Gaandeweg merkten ze dat er een band met de jongeren gecreëerd werd. De betrokkenheid van de jongeren werd steeds groter en geleidelijk aan gingen ze zich ook delen van het project toe-eigenen.

Samuel (Collectif Baya): Ik ben trots op het feit dat we gaandeweg respect hebben afgedwongen. Zo maakten we met enkele jongereneen bank voor op het plein. We veronderstelden dat die binnen de week kapot gemaakt zou worden door lokale vandalen, maar niets was minder waar: de bank bleef heel, want dat was de bank die de klein gastjes gemaakt hadden.


Een werking opzetten in de openbare ruimte impliceert ook dat er soms weinig jongeren opdagen of dat de dynamiek op het plein soms niet goed zit. Hoe banaal het ook lijkt: de weersomstandigheden zijn zowat de meest bepalende factor en vaak grootste domper voor een werking in de openbare ruimte in open lucht.

De Karavane-medewerkers vragen zich ook af in welke mate een dergelijke project langer moet duren dan zeven maanden. Of moet het juist als een hefboom gezien worden voor de tienerwerker en de andere sociale werkers op het plein, om daarna verder met de jongeren aan de slag te gaan?

Ruben (tienerwerker): Eén van de niet verwezenlijkte dromen van Karavane is om jongeren, die actief betrokken zijn bij het project, op te leiden tot animator. Zo maak je van jongeren echte ambassadeurs van het plein, waarbij hun inzet wordt gevaloriseerd, ze nieuwe competenties opbouwen, ze verantwoordelijkheidszin krijgen... De reden waarom dit (nog) niet aan de orde was, is omdat onze echte trouwe fanbase daar nog te jong voor is: die is tussen de 10 en 13 jaar en die zijn daar nog niet voor warm te maken. Ik denk dat er voor zo'n langdurige traject, van deelnemer tot animator, vooral veel vertrouwen nodig is tussen de jongere en de jeugdwerker. En daar is gewoon veel tijd voor nodig. Maar laat ze zich nu eerst nog gewoon amuseren, zichzelf leren uitdrukken en creatief zijn.


Karavane 1060 is één van de praktijktijkverhalen uit het Try Out Teens magazine. Download/bestel de publicatie hier voor nog meer inspirerende samenwerkingen.