Ratatouille zocht naar manieren om meer met kunstenaars te werken. Beursschouwburg wilde meer jongeren bereiken. Vanuit deze gemeenschappelijke deler bracht Lasso beide organisaties bij elkaar. Er werd gekozen voor een eerste traject waarbij kennismaking en ontmoeting tussen enerzijds de tieners en hun jeugdwerkers en anderzijds de kunstenaars en medewerkers van het kunstencentrum centraal stond.

Volgende partners werkten samen:

  • Ratatouille
    Eén van de acht deelwerkingen van D'Broej (de Brusselse Organisatie voor Emancipatie van Jongeren) en is gesitueerd in Schaarbeek. D'Broej biedt jongeren uit kwetsbare wijken ruimte om hun talenten te ontplooien en wil hun positie in de maatschappij verbeteren.
  • Beursschouwburg
    E
    en multidisciplinair kunstencentrum gelegen in hartje Brussel. Je kan er terecht voor theatervoorstellingen, performances, films, concerten, expo’s, debatten, lezingen...

Hoe verliep de samenwerking tussen de partners?

An (Beursschouwburg): Ik vind het belangrijk dat een kunstencentrum in het midden van Brussel haar best doet om Brusselse jongeren te leren kennen en te zien waar zij mee bezig zijn. Niet om hen per se direct in de zaal of op het podium te krijgen, maar om eerst een soort van kennismaking te genereren, om toenadering te zoeken.

Langzaam maar zeker en bottom-up was het credo van deze samenwerking. Eerlijkheid en begrip voor elkaars werking en eigenheden, durven discussiëren over wat wel
en niet kan, waren daarvoor belangrijke randvoorwaarden. Elk van de partners vond dat zij in deze samenwerking een rol als bemiddelaar op te nemen had, ten aanzien van jongeren en jeugdwerkers enerzijds, en de kunstenaars, programmatoren en het publiek anderzijds.

An (Beursschouwburg): Op het moment dat de jongeren op bezoek waren, zat heel onze artistieke ploeg in het café. Achteraf zeiden ze “amai, dat was een hele heftige groep”. Dit was voor mij de aanleiding om mijn collega’s te vertellen over mijn ervaring met die jongeren.


Hoe kunnen we tieners actief betrekken?

Voor beide organisaties was het belangrijk om niet top-down te werken en geen voorgekauwd project aan de tieners en de kunstenaars voor te schotelen of om jongeren enkel uit te nodigen om de scène of de zaal te vullen. De manier waarop jongeren aangesproken werden en de inspraak die ze kregen, was cruciaal.

An (Beursschouwburg): Kunstenaars houden er echt niet van als ze enkel en alleen ergens betrokken worden om iets ‘op te leuken’. En ook omgekeerd: het kan en mag niet de bedoeling zijn dat een kunstinstelling een relatie met een jongerenwerking probeert aan te knopen enkel wanneer ze een divers jongerenpubliek ‘nodig’ heeft.

Eerst en vooral zaten Cathelijne en An samen om enkele ideeën uit te wisselen, een stappenplan en een kader uit te werken, zonder daarin reeds te veel te willen vastleggen. An ging op bezoek bij Ratatouille voor een eerste informele kennismaking met de tieners en de werking van Ratatouille. Daarna brachten enkele van de tieners samen met Cathelijne op hun beurt een bezoek aan Beursschouwburg waar ze een filmvoorstelling bijwoonden.

An (Beursschouwburg): Ik vond het erg tof om die jongeren te leren kennen, te horen hoe zij heten, wat zij studeren, wat zij doen in het leven... Ik vond het ook verrassend dat zich daar ineens een filosofische discussie ontspon over wat identiteit is.

Ook de kunstinstelling en haar kunstenaars moesten op hun beurt warm gemaakt worden voor een artistiek traject met de groep tieners en de jeugdwerkers van Ratatouille.

An (Beursschouwburg): Voor mij is het belangrijk dat we als kunstencentrum ook een beetje de canon – of wat als canon wordt beschouwd – kunnen loslaten. En dat we dingen durven programmeren die op zich geen pure artistieke vorm hebben. Ik vind het belangrijk om met mensen bezig te zijn die in deze stad wonen en die misschien niet weten wat er in dit gebouw gebeurt. Ook moeten we kunstenaars met Brusselse jongeren in contact brengen, zodat zij ook weten voor wie zij hun werk maken en zodat ze nadenken over hoe zij naar hen communiceren.

Welke competenties van tieners werden versterkt?

Voor Ratatouille gaat talentontwikkeling in de eerste plaats over het ontdekken van de eigen talenten. Het is het daarom belangrijk jongeren te laten kennismaken met een heleboel verschillende disciplines en hen dingen te laten doen die ze nog nooit gedaan hebben. Het beleven van kleine succeservaringen is cruciaal hierin: het geeft een boost aan het zelfvertrouwen.

Cathelijne (Ratatouille): Je kan je artistieke talenten niet ontwikkelen als je om te beginnen al niet weet dat je die hebt. In onze werking proberen we dan ook steeds nieuwe dingen aan te reiken, ervoor te zorgen dat de tieners ook echt allerlei zaken leren kennen op artistiek vlak. Beantwoorden we daarmee aan een nood? Tieners gaan dat nooit zo formuleren, hé. Maar ik vind wel dat wij als jeugdwerking de verantwoor- delijkheid hebben om hen van diverse kunstdisciplines te laten proeven, zodat ze prikkels krijgen. En dit mis- schien wel des te meer omdat onze tieners heel vaak tot die maatschappelijk kwetsbare groep behoren die net veel te weinig met kunst en cultuur in aanraking komt.

Naast het uitwerken van een inhoudelijk boeiend traject, was de ontmoeting en ken- nismaking tussen de tieners, jeugdwerkers, kunstenaars en de medewerkers van het kunstencentrum minstens zo belangrijk. Als startpunt voor de kennismaking maakten Cathelijne en An een keuze uit het bestaande aanbod van Beurschouwburg. Op het pro- gramma stond onder meer een filmvoorstelling rond identiteit. Toen bleek dat men bij Ratatouille recent rond identiteit gewerkt had, hebben An en Cathelijne van daaruit verder aanknopingspunten gezocht.

An (Beursschouwburg): Ik vond het tof om de tieners en Cathelijne gewoon eens te laten zien waar ik werk. We hebben dan samen een film gekeken. Ik vind het ook wel leerrijk om te zien hoe de jongeren de film beleven, hoe zij er op een heel andere manier naar kijken en hoe zij moesten lachen om zaken waar wij überhaupt niets van begrepen omdat wij geen Arabisch spreken...

De uitstap naar Beursschouwburg was meer dan een uitstap alleen. Door de kennismaking met Beursschouwburg kregen de jongeren een nieuw cultureel referentiepunt en werd hun wereld een beetje groter.

Cathelijne (Ratatouille): Enkele weken na het bezoek hoorde ik een gesprek waarbij iemand de weg zocht en waarbij ze Beursschouwburg als referentiepunt gebruikten. Dan vind ik het wel tof dat we hun wereld toch weer een beetje ruimer gemaakt hebben. Voor mij is dat minstens even belangrijk als het bijwonen van de filmvoorstelling.

Succesfactoren & struikelblokken

Dit soort van samenwerkingen is intensief, zowel voor de jongeren als voor de partners. De jongeren worden uit hun comfortzone gehaald en dit vraagt best veel inspanningen van hen. Daarnaast is het belangrijk een vertrouwensband tussen de jongeren, de kunstenaars en de medewerkers van Beursschouwburg en Ratatouille op te bouwen. In een dergelijke, unieke samenwerking kruipt veel tijd.

De opgebouwde ervaring kan zowel voor Cathelijne als voor An een opstap zijn naar nieuwe projecten en samenwerkingen. Echter, niet één traject zal ooit hetzelfde zijn. Ook al werken ze met dezelfde kunstenaars, ze moeten steeds aandachtig zijn voor de specificiteit van de groep waarmee ze aan de slag gaan.

De budgetten waar men in de jeugdsector over beschikt vind ik echt hallucinant. Ik wist natuurlijk dat daar niet geniaal gebudgetteerd werd maar 1.000 à 1.500 euro voor een jaarwerking van enkele tieners vind ik echt zeer weinig.

- An (Beursschouwburg)

‘Kennismaking: Ratatouille en Beursschouwburg’ is één van de praktijktijkverhalen uit het Try Out Teens magazine. Download/bestel hier de publicatie voor nog meer inspirerende samenwerkingen.