Zacht connecteren binnen detentie
Marijke Van Hassel
De Rode Antraciet en Lasso bundelden de krachten in de gevangenis van Haren. Samen vatten we het plan op om van de bezoekersruimte voor gezinnen een meer uitnodigende omgeving te maken. Op deze manier wilden we de interactie, verbinding en welzijn tijdens ouder-kindbezoeken versterken. Via een open call werd kunstenares Ana María Gómez uitgekozen. Zij ontwikkelde een duurzame artistieke installatie voor deze bezoekersruimte via een participatief traject. Na afloop gingen we in gesprek met Ana María en met Jelle Miechielsen van De Rode Antraciet.
Dag Ana María en Jelle! Kunnen jullie je even voorstellen?
Jelle: Ik ben sport- en cultuurfunctionaris in de gevangenis in Haren. De Rode Antraciet brengt hier, en in andere gevangenissen en detentiehuizen in Vlaanderen en Brussel, sport en cultuur binnen. Dat gebeurt lokaal: functionarissen zoals ikzelf werken samen met mensen in detentie en met partners en vrijwilligers. In Haren zoeken we naar manieren om cultuur en ontmoeting ook in moeilijkere contexten mogelijk te maken. Zo hebben we naast een sportwerking ook projecten rond theater, lezen en een gevangenisradio.

Ana María: AMGS is een studio voor textielonderzoek en -ontwerp in Brussel. We maken projecten die van draagbare kledingstukken tot objecten en ruimtelijke installaties gaan. Textiel is voor mij veel meer dan materiaal: het is een taal van verhalen, vakmanschap en identiteit. De laatste jaren verschuift mijn werk steeds meer naar de sociale dimensie van design, met aandacht voor spel, zorg en gastvrije ruimtes, vooral voor kinderen. De open call sprak me dan ook erg aan.
Voor mij vertrok het project vanuit de vraag hoe design tijdelijk een zeer institutionele omgeving kan verzachten, zonder grote of permanente ingrepen te doen.
- Ana María
Hoe kwam de samenwerking tot stand?
Jelle: Als uitgangspunt wilden we ouders in detentie en hun kinderen een kwalitatiever bezoekmoment laten beleven, en hen even de strenge context van de gevangenis laten vergeten. Samen met Lasso zochten we naar een artistieke manier om dat doel te bereiken. Tegelijk wilden we ook een duurzaam eindresultaat dat de bezoekersruimte aangenamer zou maken. In andere gevangenissen bestonden al mooie initiatieven rond sport en creativiteit. Dat inspireerde ons om ook in Haren iets te ontwikkelen. Na een netwerkdag en verder overleg via mail en telefoon hebben we middelen gezocht om het project mogelijk te maken.
Ana María, wat trok jou aan in het project?
Ana María: Voor mij vertrok het project vanuit de vraag hoe design tijdelijk een zeer institutionele omgeving kan verzachten, zonder grote of permanente ingrepen te doen. Ik wilde een flexibel en toegankelijk concept maken dat spel, verbeelding en interactie tussen kinderen en ouders stimuleert. Daarnaast wilde ik tonen dat hergebruikte materialen voor rijke zintuiglijke en emotionele ervaringen kunnen zorgen.
Het project kreeg de naam Soft Triangles: een zintuiglijke installatie voor kinderen, opgebouwd uit flexibele modules die geïnspireerd zijn op driehoekige vormen. De modules kunnen verplaatst worden en je kan ze ook opnieuw configureren. Ze nodigen kinderen uit om te spelen, te ontdekken en op hun eigen manier met de ruimte om te gaan.
Jullie had het al even over partners waarmee jullie samenwerkten?
Ana María: Verschillende mensen en organisaties hebben meegeholpen. Mijn stagiaires Mathilde Letombe en Lou Seronde waren van goudwaarde rol in het bedenken en realiseren van de installatie. Green Fabric leverde hergebruikte stoffen en La Soupplooteau verzamelde oude kussens die we als vulling konden gebruiken. Voor het documenteren kon ik rekenen op Suxian Lee. Zij zette de verhalen die tijdens het project ontstonden om in illustraties, omdat fotograferen in de gevangenis geen optie was.
Zeventig kussens die kleur geven aan een saaie, grijswitte bezoekersruimte. Dat is zo’n verbetering!
- Jelle
Jelle Miechielsen: Relais Enfants Parents was ook een belangrijke partner. Zij organiseren en begeleiden het tweewekelijkse kinderbezoek. Dankzij hen kon Ana María beroep doen op de ervaring van de begeleiders in de gevangenis.

Hoe gaf je de kinderen en hun ouders inspraak in het proces?
Ana María: Zij stonden centraal in het project. Via workshops rond visual storytelling bedachten kinderen en ouders samen verhalen. Die vertaalden we later naar geborduurde elementen die we in de installatie verwerkten. Zo werd de installatie niet zomaar iets dat voor hen gemaakt werd, maar iets waaraan zij zelf betekenis konden geven.
Wat maakte het project volgens jullie geslaagd?
Jelle: Voor mij zat de kracht vooral in de warmte, de energie en de connectie van Ana María met de groep. Ook het creatief omgaan met de beperkingen van de gevangeniscontext was belangrijk, net als geduld hebben als je samenwerkt met justitiële partners.
Ana María: Ik denk dat vertrouwen tussen alle betrokkenen een grote succesfactor was. De participatieve aanpak maakte het mogelijk om de ervaringen en noden van gezinnen mee te nemen in het ontwerpproces. Ook de eenvoud en flexibiliteit van de installatie waren belangrijk: kinderen konden de modules vrij gebruiken en hun eigen manieren van spelen bedenken.

Kwamen jullie ook moeilijkheden tegen?
Ana María: Werken in een gevangenis is werken in een heel gereguleerde context. Er waren strikte beperkingen en niet alle materialen konden zomaar binnengebracht worden. Dat vroeg een voortdurende aanpassing aan de omstandigheden ter plaatse. Ook de tijd voor de workshops was beperkt, waardoor elke sessie tot in de puntjes georganiseerd moest worden.
Jelle: Het project heeft meer tijd gekost dan oorspronkelijk voorzien. Er waren planningsobstakels, maar ondanks die vertragingen zie ik het als een echt succesverhaal.
Zelfs binnen beperkingen kan er warmte ontstaan, en kunnen ouders en kinderen op een andere en positieve manier samen tijd beleven.
- Jelle
Ana María: Absoluut. Zien hoeveel welzijn en vreugde zo’n project teweeg kan brengen in een strenge, gecontroleerde omgeving was heel ontroerend. Het proces was soms moeilijk, zeker in het begin. Maar ik ging naar huis met een positief gevoel omdat ik zag dat mijn werk, hoe bescheiden ook, kon bijdragen aan het welzijn van kinderen en hun gezinnen.
Jelle: Het eindresultaat maakte veel duidelijk: zeventig kussens die kleur geven aan een saaie, grijswitte bezoekersruimte. Dat is zo’n verbetering!
Wat heeft het project jullie geleerd?
Ana María: Ik heb nog beter beseft hoe eenvoudige, aanpasbare elementen de sfeer van een ruimte kunnen veranderen. Wanneer kinderen zelf manieren bedenken om de modules te gebruiken, ontstaat er ruimte voor interpretatie en verbeelding. Dat bevestigde voor mij hoe belangrijk het is om een ontwerp niet volledig vast te leggen, maar het open te laten. Moesten we het project een tweede adem geven, zou ik wel graag meer tijd nemen voor de participatieve fase. En gezinnen nog sterker betrekken bij het ontwerpproces. Ook opvolging op langere termijn zou interessant zijn, om beter te begrijpen welke impact de installatie heeft op de gebruikers en op hun interacties.
Jelle: Voor mij toont dit project dat creativiteit ook in een gevangeniscontext een verschil kan maken. Zelfs binnen beperkingen kan er warmte ontstaan, en kunnen ouders en kinderen op een andere en positieve manier samen tijd beleven.
