Vandaag heb ik afgesproken met Katrien en Hilde. Op Campus Kasterlinden nemen zij de allerjongste kinderen (van 2,5 tot 12 jaar) met een ernstige meervoudige beperking voor hun rekening. Kasterlinden is een school voor buitengewone kinderen in de Brusselse gemeente Sint-Agatha-Berchem. De campus herbergt ook een middelbare school en een internaat voor kinderen en jongeren met een beperking.

Unieke karaktertjes

Ons gesprek vindt plaats in de klas waar Hilde en Katrien dagelijks een groep van acht kinderen op sleeptouw nemen. De ruimte is kleurrijk, met groen als overheersende kleur. Toch oogt ze op geen enkel moment druk. Katrien: “Er is goed nagedacht over de inrichting. Alles ligt ook altijd op dezelfde plaats: een basisvereiste voor onze kindjes!”

© Charlotte Brehmer

De enige drukte vandaag is het geluid van boren en geklop afkomstig van werkmannen die nieuwe schermen ophangen. Het is er de uitgelezen dag voor: de leerkrachten hebben een pedagogische studiedag. Katrien: “Op een gewone schooldag zouden deze werken niet kunnen plaatsvinden. Niet één kind reageert hetzelfde, maar allemaal zijn ze erg prikkelgevoelig.”

Onze kinderen praten niet of weinig, maar communiceren doen ze wel, met hun hele lijf.

- Katrien

De kinderen in de klas van Hilde en Katrien zijn allemaal blind of slechtziend. Daarnaast hebben ze ook een andere motorische of mentale beperking of kampen ze met gedragsmoeilijkheden. Ze hebben uiteenlopende ontwikkelingsleeftijden, ongeacht hun reële leeftijden. Hilde: “Het zijn één voor één bijzondere kinderen, elk met unieke karaktertjes en eigen noden en aandachtspunten.”

Toegangspoorten

Katrien: “Onze kinderen praten niet of weinig, maar communiceren doen ze wel, met hun hele lijf. We zijn altijd aandachtig op zoek naar ‘toegangspoorten’ om ieder kind te bereiken. Elk subtiel signaal dat ze uitsturen kan van belang zijn.” Hilde: “Ieder kind vereist een andere aanpak. Ook al zijn het er maar acht, we zijn continu in de weer om hen te observeren en beter te begrijpen."

© Charlotte Brehmer

De kinderen maximaal stimuleren in hun ontwikkelingsproces, hun leven aangenamer maken, goed doen: het zijn voor kleuterleidster Katrien belangrijke drijfveren. Katrien: “Stapje per stapje willen we hen nieuwe kennis en vaardigheden bijbrengen. Dit is een proces van lange adem waarbij we maximaal oog hebben voor ieder kind.”

Hilde, op haar beurt, koesterde van jongs af aan de droom om met blinde en slechtziende kinderen te werken. Die droom kwam uit toen ze enkele jaren geleden als kinderverzorgster in Kasterlinden aan de slag kon. Hilde: “Toch is het, zowel fysiek als mentaal, een pittige groep om mee te werken. Onze kindjes vragen veel zorg en kunnen zelf moeilijk aangeven wat er in hen omgaat.”

We stelden Zoë gerust: het is oké als bepaalde kinderen niet meteen meedoen of plots weggaan. Door aanwezig te zijn in de ruimte zijn ze op hun manier betrokken.

- Hilde

Nina, stagiaire Orthopedagogie, zet zich er even bij. Ze vertelt met enthousiasme over haar leerrijke parcours op Kasterlinden. Ook Hilde en Katrien zijn erg tevreden met haar aanwezigheid. In principe zouden ze met drie leerkrachten voor de klas moeten staan, maar het lerarentekort laat zich ook hier voelen.

Een kunstenaar voor de klas

Katrien: “Onze kinderen hebben allemaal hun eigen willetje. Als iets hen niet aanstaat, durven ze wel eens te roepen, of ons de rug toe te keren. We zoeken voortdurend naar een goed evenwicht tussen inspanning en ontspanning. Tussen nieuwe prikkels en nieuwe ervaringen, en de kinderen de tijd geven om die te verwerken. Routine en structuur zijn daarin erg belangrijk.”

© Charlotte Brehmer
© Charlotte Brehmer


Met een externe kunstenaar of begeleider samenwerken is daarom altijd een beetje spannend, beamen Hilde en Katrien. Toch hebben ze geen seconde geaarzeld toen Lasso voorstelde een artistiek traject in de klas te organiseren. Ze schreven mee aan de oproep, vervolgens ging Lasso op zoek naar een geschikte kunstenaar. En die werd gevonden: kort daarop ging muzikaal artieste Zoë De Bock aan de slag voor zes uur artistieke ateliers, verspreid over zes weken.

Eerst was er een kennismaking met de leerkrachten en de kinderen: “Dat was belangrijk. Het gaf ons de gelegenheid om samen met Zoë het thema van de ateliers te bepalen: keuken en keukengereedschap. Ook bespraken we de belangrijkste aandachtspunten per kind. Voor een extern iemand is het allesbehalve makkelijk om deze groep kinderen te ‘lezen’.” Hilde: “We stelden Zoë ook gerust: ‘Het is oké als bepaalde kinderen niet meteen meedoen, verdrietig reageren of plots weggaan en iets anders gaan doen. Door aanwezig te zijn in de ruimte zijn ze op hun manier betrokken.’”

Katrien: “Als je deze kinderen verplicht om mee te doen, bekom je meestal een averechts effect. Ze hebben tijd nodig om te wennen aan nieuwe mensen en nieuwe ervaringen: geef ze die tijd. Eens ze zelf de stap zetten om mee te doen, heb je hun aandacht.” Hilde: “Ook na de ateliers gaven we onze kindjes de tijd en ruimte om opgedane prikkels te verwerken. We zagen dat er veel in hun hoofdjes zat, dat weer even op zijn plaats moest vallen.”

Oog voor ieder kind

Hilde: “Vanaf het eerste atelier had Zoë oog voor de uniekheid van ieder kind. Ze was helemaal aanwezig, nam voor ieder kind de tijd en liet de kinderen zelfs met hun handen in haar haar woelen. Ze liet hen echt volledig toe, dat was erg mooi om te zien.”

Zoë werkte met eenvoudige materialen, zoals aluminium papier, flesjes gevuld met rijst, rekkertjes... Materialen die meteen de aandacht van ieder kind trokken.

- Katrien

Katrien: “Voor Zoë was het ook best spannend: dit was voor haar de eerste keer dat ze met deze doelgroep aan de slag ging. We hebben daarom na ieder atelier kort geëvalueerd.” Hilde: “In een van de ateliers maakten we gebruik van een snoezelruimte, maar dit werkte niet: de kinderen raakten overprikkeld. Dan hebben we beslist het over een andere boeg te gooien.”

© Charlotte Brehmer

Katrien: “Het is belangrijk om dingen te testen en oog te hebben voor wat werkt of niet. De ene dag is de andere niet. Net zoals wij reageren de kinderen niet elke dag op dezelfde manier.” Hilde: “Zoë vroeg zich af wat het eindresultaat moest zijn van de ateliers. Wij benadrukten dat er niet per se naar iets moest toegewerkt worden. Een kwaliteitsvol verloop van ieder atelier is wat telt.”

Katrien: “Zoë werkte met eenvoudige materialen, zoals plasticfolie, aluminium papier, flesjes gevuld met rijst, ballonnen met couscous, rekkertjes, blikken doosjes. Materialen die meteen de aandacht van ieder kind trokken.” Hilde: “Eerst maakte Zoë zelf geluid met het materiaal. Een volgend atelier bracht ze een microfoon en mengpaneel mee en registreerde ze de geluiden die de kinderen maakten.” Katrien: “Haar ideeën waren verrassend en haar auditief-sensorisch aanpak maakte het voor de kindjes erg toegankelijk. Ook al was niet de hele groep meteen mee, uiteindelijk liet ieder kind zich meevoeren door de klanken die Zoë produceerde.”

Als een vis in het water

Katrien haalt haar smartphone boven en toont een filmpje van een van de ateliers. Zoë zit bij de kinderen op de grond. Met haar warme zachte stem zingt ze op geluiden die ze tijdens een vorig atelier opnam. Ze vocaliseert de namen van ieder kind. Dat mist haar effect niet.

© Charlotte Brehmer

Ook twee kinderen zijn in beeld. Beiden zijn ze volledig blind, vertelt Katrien. Het jongetje zit op zijn knieën, bijna op Zoë’s schoot. Hij beweegt met zijn hele lichaam, zijn armen en benen gaan heen en weer op het ritme van de muziek. Het meisje ligt op haar buik, haar hoofd richting Zoë, met haar neus plat op de grond. Ook zij maakt kleine bewegingen, als een visje in het water. Elk op hun manier gaan ze op in de muziek. Het gebeuren is bijna een performance op zich. Het beeld raakt me.

Het aanbod van cultuurhuizen en kunstenaars zou zich nog meer op onze kindjes mogen richten.

- Katrien

Ook Katrien en Hilde zijn geraakt door de ateliers. Hoe verder het gesprek vordert, hoe meer hun ogen blinken. “Ja, dit smaakt naar meer,” zeggen ze in koor. Katrien: “Zoë heeft ons erg geïnspireerd.” Hilde: “Eén van onze kindjes blijft Zoë’s naam herhalen als we muziek maken. Ze wordt gemist!”

Onze kinderen verdienen dit extraatje

Hoe een vervolg er zou kunnen uitzien, vraag ik. Hilde: “Muziek is en blijft toch een belangrijk medium om met onze kindjes aan de slag te gaan. Het werkt verbindend. Het ene kind wiebelt, het andere danst, nog een ander luistert in stilte mee, maar allemaal genieten ze op hun manier. Ook het tactiele aspect is belangrijk: kinderen moeten dingen kunnen aanraken.”

© Charlotte Brehmer

Hilde: “Zelf laten we ook geen kans liggen om creatief aan de slag te gaan. We gingen al op bezoek bij de kinderboerderij, wat enkel mogelijk was dankzij de vele helpende handen, en er is eens een muzikant djembé komen spelen.” Katrien: “Ook gaan we wekelijks zwemmen en één keer per week komt er iemand langs met therapiehond Barney.” Hilde: “Vorige week hebben we trouwens volop van het winterweer geprofiteerd: Katrien heeft de kinderen op een slee over het besneeuwde grasveld voortgetrokken. Ze gierden van plezier!”

Hilde: “De mogelijkheden om met deze kinderen artistiek aan de slag te gaan zijn niet erg uitgebreid. Toch is het mogelijk, zolang we vanuit de kinderen en hun ritme werken.” Katrien: “Het aanbod van cultuurhuizen en kunstenaars zou zich nog meer op onze kindjes mogen richten. ‘Niet twijfelen, gewoon doen: onze kindjes zijn schatten, elk met hun eigenheden en talenten. Ze verdienen dit extraatje. Ze verdienen hun plaats in de maatschappij.’”

project