Projectwww was een podiumkunstentraject voor jongeren. Het driejarig project ontstond onder impuls van Zinnema, in samenwerking met een twintigtal partnerorganisaties. De Vlaamse Overheid ondersteunde het via de subsidielijn ‘Bovenlokale Cultuursubsidies’. Het bovenlokale aspect zat immers op verschillende niveaus in het project vervlochten. Zo werden er vier regio’s gedefinieerd, telkens met partners uit het Brusselse en uit Vlaamse Randgemeenten. De organisaties binnen elk partnership overstegen ook diverse sectoren: cultuur, sociaal-cultureel werk, onderwijs, jeugdwerk. Na afloop werd uitwisseling tussen de regio’s voorzien om te leren van elkaars ervaringen. Lasso bundelde een aantal learnings en aandachtspunten.

Bovenlokaal samenwerken kan op verschillende niveaus...

maar het hoeft niet tegelijkertijd op alle niveaus gerealiseerd te worden. Bepaal op voorhand welke niveaus het meest interessant zijn voor je project en in welke mate je erop wil inzetten. Hieronder alvast een aantal invalshoeken:

  • Een mix van diverse jongeren wiens paden mekaar zelden kruisen is een boeiend startpunt voor een creatieproces. Je bekomt zo’n groep door over bepaalde grenzen samen te werken.
  • Neem de mobiliteit van de jongeren mee in rekening nemen bij het samenstellen van partnerships. Wonen ze in Vlaanderen en lopen ze school in Brussel, of omgekeerd? Waar speelt hun vrije tijd zich af? Welke metro of tramlijnen gebruiken ze? Op basis hiervan kan je gemeentes of partners clusteren.
  • Door samen te werken over sectoren heen kan elke partner zijn eigen sterkte aanbrengen binnen één gezamenlijk doel of kader. Denk maar aan de logistieke kracht van gemeenschaps- en cultuurcentra, het netwerk van de jeugdwerker en de cultuurbeleidscoördinator, de overtuigingskracht van wie in het onderwijs werkt, de artistieke sterkte en vertrouwelijke karakter van de coach, de coördinerende en verbindende kracht van een (sociaal-)artistieke partner...


  • Uitwisselen tussen partners of overleg faciliteren om te leren van mekaars maatwerk kunnen ook op zichzelf staande doelen zijn. Zo breng je lokale projecten naar een bovenlokaal niveau. In de operationele fase van projecten is er vaak te weinig ruimte voor deze reflecties. Toch kan het net versterkend werken hiervoor tijd en ruimte in te bouwen tijdens de voorbereidingsfase, tussentijds of bij de nazorg van het project.
  • Door processen te documenteren, actoren te evalueren en leerpunten te bundelen zorg je ervoor dat de opgedane ervaring en kennis verduurzaamd wordt. Deze verzamelde expertise kan een waardevolle inspiratiebron zijn voor de betrokken partners én voor het bredere publiek.

Opschaling vergt maatwerk

Om een format succesvol uit te rollen op andere plekken moeten bepaalde randvoorwaarden in acht worden genomen. Opgepast: deze voorwaarden vergen vaak maatwerk.

  • Elke plek of regio heeft een andere demografie, en jongeren kunnen op fysieke en mentale grenzen botsen binnen bepaalde regio’s. Breng daarom in kaart waar de jongeren zich bevinden, hoe ze zich tussen thuis en school bewegen, welke ontmoetingsplekken ze opzoeken en waar ze hun vrije tijd doorbrengen.
  • Bepaal wat voor partners je nodig hebt om je doelpubliek te kunnen bereiken. In de ene regio lukt zoiets prima via scholen, op andere plekken moet je misschien beroep doen op het jeugdwerk en het socio-culturele netwerk. Zoek naar partners die representatief zijn voor de jongeren.
  • Kies voor kwantiteit of verdieping: de ene regio heeft baat bij een wervingsstrategie die zo breed mogelijk reikt, de andere zal meer succes boeken door te focussen op een aantal sleutelfiguren. Beide strategieën zijn waardevol.
  • Varieer in methodieken. Pas toe wat in eerdere lokale projecten werkte, of experimenteer met nieuwe vormen van promotie, communicatie en vindplaatsgericht werken.
  • Maatwerk rond het format zorgt ervoor dat elke regio zich het project beter kan toe-eigenen en dat het proces/eindresultaat de format overstijgt.

Verschillende partnerships, verschillende snelheden

  • Partners met een vertrouwensrelatie of historiek in samenwerken kunnen sneller schakelen dan partners die elkaar niet (goed) kennen. Extra tijd, ruimte en bemiddeling is dan een must om tot een stevige voedingsbodem te komen voor de verdere realisatie van het project.
  • Elke partner stapt in het project met een andere motivatie of doelstelling. Leer elkaars motivatie grondig kennen, ga op zoek naar de ‘win-win’ en zoek uit hoe jullie de krachten kunnen bundelen.
  • Het expliciteren van rol- en taakverdelingen is essentieel voor een goed partnership. Benoem elkaars sterktes en engagementen, verhelder financiële afspraken en kaart vooraf aan wat niet mogelijk is.
  • Variëren in snelheden gaat vaak in tegen strakke productionele plannings. Een ruime voorbereidingsfase en flexibele tijdlijnen zorgen voor een middenweg. Ga hierover in dialoog en maak een scenario dat toegepast is op de realiteit van de lokale context.
  • Het creëren en onderhouden van partnerships is een job op zich. Netwerken en vertrouwensrelaties opbouwen vergt geduld en maatwerk. Een vaste personeelskracht is nodig om een goede fundering te realiseren voor samenwerkingsprojecten.